Prins
Carnaval Kater
Piep-piep,
sms: “PSV kan ongestoord carnaval vieren, nu Ajax
nog!” Terwijl ik me richting Leentje spoed bedenk
ik me hetzelfde, PSV gisteravond moeizaam gewonnen,
vanmiddag even van Excelsior winnen, dan blijven we
in het spoor. In Leentje zit de harde kern al aan tafel,
flauwe grappen over de voorzitter van Turkyemspor rollen
over tafel, terwijl we appèl houden: “John
komt niet, die is vanmorgen richting Den Bosch vertrokken
om daar carnaval te vieren.” “O, die zal
vanmiddag nog wel een paar keer met dubbele tong opbellen
dan.” “Weet iemand waar Peter Trommelen
blijft? Hij heeft mijn seizoenkaart nog.” “Ja,
die van mij ook!” “Ik bel ‘m wel even,
anders moeten we Frits Sissing erachteraan sturen.”
“Frits Sissing? Ja, van Opsporing Verzocht.”
Maar gelukkig komt ons aller Peter keurig op tijd binnen
en kunnen we met een gerust hart richting ArenA reizen.
Floris is er vandaag ook weer bij: “Ja, het gips
is er af, maar ik neem tóch maar m’n krukken
mee.” “Hoezo, voor de veiligheid?”
“Dat ook, maar ook omdat we dan niet in de rij
hoeven straks.”
In
de ArenA vallen ons twee dingen op: “Moet je kijken
hoeveel lege stoeltjes er zijn vandaag. En de stoeltjes
die bezet zijn worden gevuld door kinderen.” Het
hoge-stemmetjes gehalte is inderdaad frappant: “Op
zich niet zo vreemd, dit is zo ongeveer de enige thuiswedstrijd
waarvan je zeker weet dat er gewonnen wordt en als het
een beetje meezit op overtuigende en doelpuntrijke wijze!”
“Slim bedacht ja, toch niet leuk om je kind voor
het eerst mee naar Ajax te nemen en ze dan bloot te
stellen aan hun eerste jeugdtrauma.”
Naast Bert Polis zit vandaag ook een vader met kind:
“Nou, dat kind heeft sowieso een trauma na vandaag.
Twee keer drie kwartier dat geleuter aan je kop.”
“Wie is trouwens die nummer 33?” “Anita,
maar we noemen ‘m Davids 33, dan heb je ook nog
Davids 5, maar die is geblesseerd, en Davids 13.”
“Wil de echte Davids nu opstaan?”
Na
tien minuten zitten we al te knikkebollen, Ajax speelt
in een bedroevend laag tempo en valt totaal fantasieloos
aan: “Zijn ze nog aan het uitlopen van woensdag
of zo?” “Ja, wat een drama was dat zeg.
Lullig voor Lindenbergh dat ie steeds wordt uitgefloten,
maar goed, als hij geen fouten maakt is het zelfvertrouwen
zó weer terug.”
“Bert, kun jij anders niet even bier halen?”
“Nee, daar wacht ik mee tot het eerste doelpunt.”
“Nou, dan ben ik bang dat we dat bier vanmiddag
in Leentje krijgen.” Maar gelukkig is daar een
vrije trap, die door Davids snoeihard de kruising wordt
ingejaagd: “Nou Bert, lekker!”
En net als Bert terug is met een overdadige hoeveelheid
bier, speelt Heitje de bal pardoes in de voeten van
een tegenstander, die langs Lindenbergh glipt, die gelukkig
geleerd heeft van afgelopen woensdag en zich niet aan
de tegenstander vergrijpt, maar ieder voordeel heeft
ook een nadeel, 1-1: “Ongelovelijk, wordt die
Heitinga net gehuldigd met 150 wedstrijden in Ajax 1,
dan zou je toch denken dat ze wat meer ervaring hebben…”
Even later wordt het zelfs 1-2, gevolgd door de gelijkmaker
van Huntelaar: “Nou, dat wordt een doelpuntenfestijn
in de tweede helft.” “Ja, ouderwetse Sturm
und Drang!” Maar niets is minder waar, Ajax weet
niet of nauwelijks kansen af te dwingen en behalve een
vermeende strafschop, die uiteraard niet gegeven wordt,
gebeurd er weinig. Zuchtend verlaten we de ArenA, temidden
van een groot aantal bedroefde kinderen: “Nou,
dat scheelt weer een paar honderd nieuwe supporters.
Die gaan het volgende week waarschijnlijk eens bij AZ
proberen.” “Wat? Heeft AZ ook gelijkgespeeld?
Nou, dan heeft PSV een fijn Carnaval!” |