Arouna
Guinness
Piep-piep,
het is zondagochtend half 9. Met m’n ogen nog
dicht ga ik op de tast op zoek naar m’n mobiel,
die ik nergens kan vinden. Piep-piep, dat irritante
piepgeluid is ook helemaal niet m’n mobiel, het
is de wekker! Met een ferme klap sla ik ‘m uit
terwijl ik me bedenk dat het wel héél
lang geleden is dat ik een wekker moest zetten om naar
Ajax te gaan. Drie koffie en een douche later stap ik
op de fiets om aan te schuiven bij het Leentje voetbalontbijt,
gelukkig heb ik wind mee dus kom ik heerlijk relaxed
Leentje binnen, waar al weer een prachtige tafel gedekt
staat voor ons. John denkt er net zo over: “Mooie
kersttafel, blijft alles wel zo lang goed?” We
doen ons tegoed aan eieren met spek, zalm, kaas, ham,
worstjes en niet te vergeten champagne. De stemming
neemt per slok toe, alleen de muziek kan me niet bekoren:
“Ton, kunnen we volgende keer de eucharistieviering
op het grote scherm doen? Dan is de ambiance helemaal
compleet!”
Als
ook opa Bert is gearriveerd en Ton z’n speciaal
bestelde boterhammetje Nutella genuttigd heeft gaan
we op weg, de stemming is goed, we hebben er redelijk
veel vertrouwen in en zijn blij dat we op tijd zijn.
De roltrappen doen het, dus ook daar hebben we niet
over te klagen. Eenmaal op onze plek hebben we allemaal
ons gekleurde vel gevonden, we kunnen deelnemen aan
een ‘spectaculaire choreografie’ dus wat
wil je nog meer? Nou Bert Polis kan het toch niet laten
en heeft al weer een vliegtuig gevouwen, dat met een
prachtige Al Qaida boog richting 1ste ring vliegt. Intussen
worden we vergast op een prachtig stukje propaganda
op de grote schermen. Een aantal Ajacieden vertelt ons
over hun liefde voor Ajax, eindigend met de standaardzin
Ik ben rood, ik ben wit, ik ben Ajacied. Uiteraard worden
die zinnen direct door ons verbasterd, zo horen we John
Jaakke zeggen: “Ik ben rood, ik ben wit, ik heb
pijn aan m’n lid.” Urby Emanuelson: “Ik
ben rood, ik ben niet wit, ik ben Ajacied.” En
de man met de ultieme drankneus, Jack Spijkerman: “Ik
drink rood, ik drink wit, ik ben Ajacied.”
Tijd voor de wedstrijd, na de prachtige choreografie
en het Ajax-Liverpool rookgordijn van vak 410 ontwaren
we na enkele minuten het nieuwe kapsel van Arouna Koné:
“We willen sex met die blonde!” “Nou,
inderdaad, wat ziet die gozer er uit. Het lijkt wel
een pint Guinness.” “Of een afgekloven stuk
zoethout.” “Is hij nou het zwarte, of het
witte schaap van de familie?”
De eerste helft kabbelt intussen voort, Ajax is beter
maar echt mooie kansen hebben ze niet. Na de rust blijkt
dat de gasten uit een heel ander vaatje tappen, al direct
een vrije trap, Alex achter de bal: “Je zal maar
in die muur staan als Alex ‘m neemt.” “Hoezo?
Die gasten verdienen een miljoen, dan kan dat er toch
wel van af?” “Jij gaat voor dat geld toch
ook wel in die muur staan?” “Voor dat geld
ga ik er zelfs in m’n blote reet in staan.”
In
de 60e minuut gebeurt het onvermijdelijke, PSV scoort
en de wedstrijd kan op slot. Hoewel het even later nog
wel leuk wordt als Mendez tegen een domme tweede gele
kaart oploopt: “Als je ‘m niet ziet dan
zou je zeggen dat ie blond was. Wat een sukkel!”
Maar wederom blijkt PSV thuis het ultieme lijden te
zijn, wedstrijd op slot en een tijdrekkende keeper:
“Dat heeft ie van Van Breukelen geleerd, die was
ook altijd zo.” Na het laatste fluitsignaal lopen
we verdoofd de trappen af, Job belt nog op uit Thailand:
“Tering, dat is toch niet te geloven? Daar ben
ik voor op gebleven! Nou neem maar een lekker biertje
van me.”
En zo gezegd zo gedaan, in Leentje is de stemming ook
totaal bedrukt, maar daar komt per biertje steeds meer
verandering in. Het kantelpunt is als na een uur een
ietwat kakkineuze man binnenkomt, ribbroek, pull-over,
brilletje, buikje, geruite blouse: “Hé
Ton, is dat niet Frits Bolkenstijn?” “Nee,
dat is z’n broer.” “O, Olleke Bolkenstijn?”
Humor, tijd én een biertje heelt alle wonden…
|