Ajax op
krukken
Piep-piep,
sms: “Pas op, stormwaarschuwing, neem een anker
mee voor Leo, anders waait ie weg.” En inderdaad,
er staat vanmorgen een zware bries, die me in recordtijd
naar Leentje brengt. Ik ben zelfs zó snel dat
ik voor een dichte deur kom te staan. Café Leentje
gaat vanmorgen speciaal voor ons eerder open, want de
KNVB heeft in al haar wijsheid besloten om reeds om
half 1 af te trappen. Risicowedstrijd: “Ja, wat
een onzin. Utrecht neemt geeneens supporters mee!”
“Let maar op dat er straks ook geen bier is, het
moet niet gekker worden.” “Hebben jullie
vannacht dat onweer gehoord?” “Ja, wat een
klappen waren dat. Ik zat rechtop in m’n bed!”
“Ja, ik ook. Dacht eerst dat Henk Ten Cate aan
z’n donderspeech was begonnen.” “Om
kwart voor 6?” “Ja, die gasten moeten vroeg
op, want ze moeten nog een sportmaaltijd verteren vooraf.”
Het is vanochtend erg rustig in Leentje, we zitten met
slecht vier man aan tafel: “We hebben een klein
ploegje vandaag.” “Ja, je kunt wel stellen
dat de opkomst duidelijk aan anorexia lijdt, erg mager.”
Floris is er vandaag bij, hij heeft met zaalvoetballen
een pees z’n knie gescheurd en zit in het gips:
“Moeten we niet wat eerder weg? Ik ben niet zo
snel vandaag.” “Nou, het komt allemaal goed.”
“Als de roltrappen het maar doen!” Bij de
ArenA aangekomen hebben we ontdekt dat een wedstrijd
bezoeken op krukken best goed te doen is. Op het metrostation
neem je de lift en bij de ArenA kun je via een zijdeur
naar binnen, zodat je niet met krukken door zo’n
draaihek moet wurmen. De hoofdsteward bood ons zelfs
een liftkaart aan, maar wij vertrouwen op de roltrappen.
Tussen de één na laatste en laatste roltrappen
is zelfs een nieuw snufje, een geluidsband die ons vriendelijk
verzoekt door te lopen naar de volgende roltrap: “Het
lijkt Schiphol wel, mind your step.” “Ik
heb wel medelijden met die steward die eronder staat,
je zal maar drie uur lang hetzelfde bandje horen. Ik
denk dat je het ’s avonds nóg hoort!”
Eenmaal boven wacht Floris de laatste horde, de trap
naar vak 422 én op krukken langs 10 stoelen om
op onze plek te komen. Maar ook dat lukt, dus gaan we
er eens goed voor zitten en zijn we net op tijd om het
prachtige dundoek van vak 410 te zien: “Nou, die
jongens hebben weer flink hun best gedaan. Ik denk niet
dat ze veel tijd hebben gehad om hun huiswerk te maken
tijdens de kerstvakantie.”
In
de 1e minuut krijgt Utrecht een corner, die tot drie
keer toe wordt weggewerkt voordat de bal het doel in
vliegt: “Nou, dat weekje Zuid-Afrika heeft ze
duidelijk goed gedaan.” Op links start vandaag
niet Leonardo, maar Babel: “Waarom heeft Babel
altijd zo’n verbandje om z’n pols?”
“Daar zit z’n gouden armband onder.”
“Of heeft hij last van ruk-rsi?”
Even later is Babel weer onderwerp van gesprek als
hij verzuimt een sprint te trekken en de bal over de
achterlijn laat lopen: “Kom op Babel, heeft ie
nou al geen lucht meer?” “Nee, hij ging
voor de wedstrijd een bloemetje brengen op de invalide
tribune achter de goal.” “En dan al geen
lucht meer?” “Nee, want die invalide vroeg
of Babel ff z’n banden wilde opblazen en dus heeft
hij geen lucht meer!”
Intussen is het al 1-0 geworden door een lekker schot
van Heitinga, snel gevolgd door 2-0, een wereldgoal
van Sneijder: “Nou, dat was echt een goal met
een gouden Krugerrandje.” “Wist je trouwens
dat Sneijder de naam van z’n zoon in z’n
arm getatoeëerd heeft?” “Hoezo, kan
die ‘m niet onthouden?” “Wie weet,
ik hoop trouwens wel dat het een korte naam is, anders
past het er nooit op!”
In de tweede helft gaat de wedstrijd, traditioneel,
als een nachtkaars uit. Hoewel het debuut van Leo wel
bevredigend is. “Weet je wat me opvalt? Hij speelt
iedere bal af, zelfs als ie alleen op de goal afgaat
legt ie ‘m nog af.” “Waarschijnlijk
probeert ie krediet op te bouwen, zodat ie de rest van
’t seizoen lekker ego kan spelen.”
Ditmaal kunnen we niet eerder weg, maar wachten we
gedwee af tot het vak bijna leeg is en Floris op z’n
gemak met krukken de trap af kan. De roltrappen werken
gelukkig, zodat we via de zij-ingang het metrostation
in mogen en zodoende een flinke rij ontlopen: “Het
lijkt de Efteling wel. Je mag overal voordringen, ik
denk dat ik volgende keer ook m’n krukken meeneem!”
|