Piep-piep, sms: “Heb een kaart over, belangstelling?” Ja, het is weer zo’n druilerige zondag dat werkelijk niemand echt gemotiveerd is om naar de ArenA af te reizen, gelukkig zijn er nog jonge jongens die wél graag willen. Liam (9) wil heel graag mee: “Dat maakt toch niet uit dat het regent? Ik ben toch niet van suiker?” En dus zetten we ons op de fiets om met wind tegen (uiteraard) door de moesson naar Leentje te fietsen. Onderweg blijkt het tóch iets te veel van het goede te zijn, waarop ik ‘m vanaf de Amstelbrug kan duwen…
Eenmaal in Leentje is de spoeling dun, alleen Polis is er en niet veel later komt Lorenzo (11), eveneens een nieuw jeugdig lid van onze groep: “Ik ben eenmaal in de ArenA geweest, bij Nederland-Italië.”
Als we precies op tijd onze plaats bereiken heeft Liam Lorenzo al bijgepraat en gaan de heren driftig op zoek naar programmaboekjes en binnen 5 minuten gaat het eerste vliegtuigje richting veld, én wonder boven wonder, óp het veld! Lorenzo trots, en wij eigenlijk ook een beetje. Als de heren vervolgens zo’n fijne ABN-Amro toeter te pakken krijgen is de volgende fase aangekomen, Lorenzo toetert z’n longen uit z’n lijf, totdat Bert Polis het zat is: “Als je nou niet ophoudt met dat irritante toetertje dan zorg ik er voor dat je ‘m doorslikt en de rest van je leven een piepgeluid maakt als je ademt!” Precies op dat moment begint het Michael van Praag orkest op de eretribune aan een nieuw nummer: “Maar zij mogen toch ook toeteren?”
De wedstrijd is tenenkrommend saai, dus de vliegtuigjes blijven vliegen en het getoeter is niet van de lucht. Bert, als een waardige knorrige opa, is intussen al een rij hoger gaan zitten, maar ook dit verandert weinig aan de sfeer, of het moet Perez zijn die 2 meter voor het doel de Wim Kieft act doet. Ook het aantal brancards dat het veld opkomt is vreemd: “Het is maar goed dat de GG&GD geen stiptheidsacties houdt!”
In de tweede helft is er helemaal niets meer dat ons kan bekoren, we blijven desondanks keurig zitten tot het laatste fluitsignaal. In het trappenhuis naar beneden wordt het toch nog gezellig, als er een euforie uitbreekt: “PSV 1-1!” De jonge heren kijken me vragend aan: “PSV heeft toch gelijkgespeeld!” “Dus zijn we nu kampioen?” “Nou bijna, als we woensdag winnen dan wordt het nog leuk!” |
 |