|
Als ik op zondagochtend wakker wordt merk ik dat het perfect voetbalweer is, meer dan goed geluimd stap ik op m'n fiets en kom vol goede moed aan in Leentje, waar de harde kern al klaar zit: "He hè, goed jullie te zien jongens!” “Ja Mars, lang geleden.” “Nou, ik heb echt het idee dat het langer heeft geduurd dan normaal. Wanneer was de laatste wedstrijd?” “In april! Het vorige seizoen was natuurlijk eerder afgelopen in verband met het EK.” “Het EK? Dat was ik al helemaal vergeten, dat hebben we ook nog gehad deze zomer.” “Nou, ik verveelde met echt wezenloos, de laatste weken kon je geeneens meer terecht in het Vondelpark, het podium is al afgebroken.” “Tja, vier en een halve maand is echt té lang.”
Uiteraard is hét gesprek aan tafel de verhuizing van het sfeervak naar ‘onze’ hoek: “Weet je waarom die gasten verplaatst worden? Ze moesten daar weg omdat ze boven de Champions Lounge zitten en de bezoekers van die skybox hadden last van dat rapalje boven hun hoofd.” “Tja, dat is typisch Nederland, als je last heb van een groep dan verplaatst je ze gewoon naar een andere plek, zodat jij er geen last meer van hebt.” “Nou, het is fraai, een fatsoenlijk gesprek zullen we niet meer kunnen hebben ben ik bang.” “Hoezo? Hebben wij ooit goeie gesprekken gehad dan?”
Als ik langs de trainingsvelden richting ArenA loop valt me op dat alles anders lijkt: “Het lijkt wel of ze Noord A 10 meter naar rechts verplaatst hebben.” “Ja, het is echt lang geleden.” Eenmaal boven blijkt dat er twee dingen echt anders zijn, de toiletten zijn gratis, zo staat op de deur, maar er is wel een assistentie beschikbaar: “Altijd handig als je geholpen wordt met plassen, dan hoef je je biertje niet neer te zetten!”
De andere verandering is het nieuwe rookbeleid, er mag nergens in de ArenA gerookt worden: “Nou, dat zullen we nog wel eens zien!” En inderdaad, er zijn toch nog mensen die, al dan niet stiekem, een sigaret opsteken. Maar Big Brother houdt ook ons in de gaten waardoor er binnen een kwartier een aantal stewards een 422 bewoner op de bon slingeren: “Ja, als je toch rookt dan schrijven we je gegevens op en krijg je een aantekening achter je naam.” “O, maar ik rook niet! Krijg ik dan een plusje?” “Ja Mars, dan mag je een plaatje voor je Poëzie album uitzoeken bij de meester.”
Toch zijn de gemoederen niet snel bedaard en komt het tijdens de rust wederom tot een confrontatie die er zelfs toe leidt dat een aantal besluiten om de rest van de wedstrijd in het honk verder te kijken: “Niet roken oké, maar zorg dan voor een plek waar je wél mag roken!” “Ja, want al die trappen af om te roken? Dat houden m’n longen niet!”
O ja, er werd ook nog gevoetbald… De ene gemiste kans na de ander, slechts 1 goal en een wissel van Huntelaar: “Nou, daar kun je je afvragen of ze ‘m toch niet hadden moeten verkopen.” “Ja, voor die 40 miljoen hadden ze vast wel een knappe afzuiginstallatie kunnen kopen, hebben we ook geen last van de rook!”
Behoorlijk gedesillusioneerd verlaten we de ArenA: “Als ze nou op z’n minst nog 2-0 hadden gescoord, dan had ik de pot nog gewonnen.” “Nou, als Stuntelaar er volgende week in de kuip maar 5 inschiet, dan lullen we nergens meer over! Biertje?” |


 |