|
Als ik om 5 of 12 café Leentje binnenloop is
de tafel al gedekt, Polis heeft een brunch georganiseerd zodat we
de dag in ieder geval goed beginnen. De stemming aan tafel is ondanks
alle uitgestalde lekkernijen bedrukt: “Dit is geloof ik al
de achtste trainer in tien jaar die voortijdig weggaat.” “Ja,
en weten we al wie er nu moet komen?” “Gert-Jan Verbeek
met Huub Stevens als assistent?” “Peppi en Kokki?”
“Rijkaard, met Kluivert als spitsentrainer, Davids als conditie
en karaktertrainer, Bogarde voor de verdedigers en Reiziger voor
de looks!”
Ik lach als een boer met kiespijn terwijl ik een geroosterde boterham
met zalm naar binnen werk: “Wel handig van Ajax dat we vorige
week al moesten beslissen of we onze kaart verlengen.” “Nou
Mars, ik kap er mee. Ik heb hier écht geen zin meer in. Ik
ga jullie wel missen, maar het kost een godsvermogen en ieder seizoen
eindigt in een domper.” “Ja, precies. Zo denk ik ook
over!”
Dat zijn dus twee man uit de vaste groep, Ton lift en ouwe Bert
die ons gaan ontvallen… Ik kan me niet herinneren dat we ooit
met zo’n slecht gevoel de stamtafel inruilden voor lijn 54
richting Gein.
In de ArenA is de stemming nog doodser, de volledige zuidkant is
leeg en ook in de rest van het stadion zijn er meer lege dan gevulde
plaatsen: “Ja, het is nog Moederdag ook. Dan moet je wel een
héél goed argument hebben om naar Ajax te mogen gaan.”
“Wedden dat er morgen in de krant staat dat er 51000 toeschouwers
waren?”
De enige bezoekers die wél vrolijk zijn zitten vandaag in
het uitvak, de Twente fans zijn al helemaal in de zomerstemming,
strandballen en ander opblaasspul vliegt door de lucht. ‘Chill
out, we’re done’ staat er op een spandoek, ‘Verhoging
van de Ajax jaarkaart is toch ook een prijs?’ lees ik op een
ander.
In de rust staren we elkaar volkomen gedesillusioneerd aan: “Jezus!
Als nu al het uitvak in de ArenA grappiger is dan de rest is het
wel heel erg triest!”
Ik koop nog maar een biertje en loop de trap op, de jeugdteams
die wél kampioen zijn geworden lopen uitgelaten hun ereronde
terwijl Kees Prins zijn klassieker ten gehore brengt: “Dit
is mijn club, mijn ideaal. Dit is de mooiste club van allemaal.”
Het raakt me recht in het hart en terwijl ik de tranen uit m’n
ogen veeg slof ik naar mijn stoel: “Jongens, ik ben er volgens
jaar wel weer bij, het zal toch ooit weer goed komen?”
Dit is het laatste stuk dat ik hier zal schrijven, na 8 seizoenen
is het mooi geweest. Als ik behoefte voel om iets te schrijven,
dan zul je m’n blog op Hyves
moeten checken, daar zal ik af en toe iets posten. Olaf bedankt
voor de foto’s, jongens bedankt voor de tekst!
|

Tja, lege stoelen zeggen meer dan duizend woorden...

Urby scoort gelukkig de 1-0.

Daar sta je dan met een negatief brok in je keel...
|